Soort
Uiterlijk
Herkomst
Het Terrarium
Voeding


 

Soort

De luipaardgekko of eublepharis macularius behoort tot de ooglidgekko’s.  Dit omdat de luipaardgekko zijn ogen open en toe kan doen.  De luipaardgekko behoort tot de subfamilie eublepharinae. Zijn naam betekent letterlijk “echt ooglid” (eublepharis) en “gevlekt” (macularius).


Uiterlijk

De lengte van een luipaardgekko zal nooit meer dan 25 cm lang zijn.  De staart is net iets korter dan de romp en kop samen.  Een volwassen exemplaar heeft gemiddeld een gewicht van +/- 60 gram.  Qua kleuren hebben ze van nature een witgele basiskleur met zwarte stippen maar er zijn tegenwoordig verscheidene varianten waar ik later verder zal over uitwijden.  Tevens hebben ze geen teennagels waardoor ze dus niet op wanden kunnen klimmen.  De buik is zeer glad, de rug en de staart daartegen zijn wat ruwer. De staart van de luipaardgekko heeft wel een bijzonder kenmerk, hij is in segmenten verdeeld en kan bij gevaar op deze verschillende delen worden afgeworpen.  Als de luipaardgekko in een gevaarlijke situatie zijn staart afstoot blijft deze verder bewegen want de spieren in de staart blijven nog even actief.  Op deze manier wordt het roofdier afgeleid en is er kans dat de luipaardgekko kan ontkomen.  Een afgestoten staart groeit wel terug maar zal er steeds anders uitzien dan de originele.  Deze specifieke eigenschap is ook gekend als autotomie.


Herkomst


De natuurlijke habitat van de eublepharis macularius ligt in landen zoals Pakistan en Afghanistan.  In deze streken kan je ze vooral vinden in droge en steenachtige gebieden.  De luipaardgekko is een nachtdier, overdag schuilen ze in grotten en holen tegen het zonlicht om bij schemering terug op te duiken en aan de jacht te beginnen.


Het Terrarium

Voor je gekko’s gaat kopen moet je over een terrarium beschikken.  Een belangrijk gegeven is het aantal gekko’s dat je wilt houden.  Voor één koppeltje is de minimale maat 60 x 40 x 40 (l x b x h).  Je kunt ook uitkijken naar terraria die reeds plaats voorzien voor warmtelampen.   Andere oplossingen voor verwarming is het werken met warmtematten of warmtekabels onder het terrarium.  De omgevingstemperatuur  (=  temperatuur in het terrarium) is idealiter tussen 25° en 35° Celsius.  Persoonlijk vind ik zelfs onder de 28° wat laag wat dan krijg je mogelijk te maken met pigment-veranderingen.

Bij de inrichting van je terrarium is het vooral belangrijk dat je genoeg schuilplaatsen voorziet, elke gekko heeft immers minstens één schuilplaats nodig.  Dus bij het inrichten van je terrarium kan je, om te weten hoeveel schuilplaatsen je moet plaatsen, het aantal gekko’s tellen +1.  Het kan best zijn dat je merkt dat ze niet allemaal gebruikt worden, haal ze er echter niet uit.  Er komen altijd wel situaties voor dat  ze wel nodig zijn, soms zelfs om alleen tot rust te komen.  Ook is het belangrijk dat je veenmosbakjes in je terrarium plaatst, hiervoor kan je rekenen op twee bakjes voor een groep.  Deze zullen ze graag gebruiken tijdens vervelling en hier zullen ze ook hun eitjes in leggen.  Een veenmosbakje wordt steeds zeer vochtig gehouden maar ook niet druipnat.  Je kan ze kopen in een reptielenzaak of, zoals de meeste hobbyisten, een oude ijsdoos nemen en er een gat in knippen.

Als je met voldoende schuilplaatsen en veenmosbakjes rekening hebt gehouden kan je het terrarium naar eigen smaak verder inrichten.  Gekko’s zijn niet veeleisend qua inrichting.  Je kan er bijvoorbeeld niet giftige planten inzetten.  Maar je moet er wel rekening mee houden dat niet veel planten het klimaat van het terrarium kunnen overleven en dat het niet is uitgesloten dat bewoners de planten uitgraven.  Cactussen in het terrarium zijn taboe aangezien gekko’s zich eraan kunnen verwonden.  Luipaardgekko’s klimmen graag en hebben meer kracht dan je denkt, het is dus raadzaam dat alles stevig staat of vastzit.  Ook met je achterwand is voorzichtigheid troef, als er ook maar een klein gaatje of nis is, dan zullen de voederdieren er zich snel in verschuilen en probeer ze er dan maar van achter te halen.  Ik heb gekozen voor een alternatieve oplossing door plaatsing van een kurken achterwand aan de buitenkant van het terrarium.  Zo heb je toch een natuurlijk zicht, geen problemen met voederdieren die erachter kruipen en de gekko’s kunnen er ook niet opklimmen.  Het zijn trouwens geen goede klimmers, dus heb ik ze liefst op de grond.


Voeding

Luipaardgekko’s zijn hoofdzakelijk insecteneters.  Hierdoor moet je ze levende voedseldieren geven.  Op iets dat niet beweegt zullen ze meestal niet eens reageren.  Bij het voeren is het belangrijk dat je rekening houdt met de maat van het voedseldier.  Het voedseldier mag niet groter zijn dan het hoofd van de gekko.  Ook is het belangrijk dat je niet teveel geeft.  Soms eten ze meer dan ze opkunnen, dan vind je braakballen in het terrarium.  Dit is een signaal dat je minder moet geven.


Krekels
Krekels zijn de meest verkochte voedseldieren.  Omdat ze het makkelijkst te verkrijgen zijn en in verschillende maten beschikbaar.  Zeer handig als je jonge gekko’s hebt waarvoor de volwassen krekels nog te groot zijn.  Er zijn vele verschillende soorten krekels.  De best in de handel te verkrijgen en meest verkochte soort is de huiskrekel.  De huiskrekel zou je de gemiddelde krekel kunnen noemen, hij is van middelmatige grootte en bruinkleurig.  Een interessant gegeven is dat hij zeer traag groeit, vooral handig als je kleine krekels moet voeren aan de jongen.  Krekels mag je zeker niet te veel voeren, niet opgegeten exemplaren kan je er best na een tijdje uithalen.  Ze vallen de gekko’s alleen maar lastig en kunnen zelfs beginnen knagen aan de poten van de gekko’s.


Meelwormen
De meelworm is een van de grootste wormen die je aan een luipaardgekko mag voeren.  Meelwormen worden vaak verkozen door liefhebbers die minder tijd willen gebruiken om telkens met het eten of verzorging bezig te zijn.  Andere redenen waarom ze in trek zijn: ze zijn relatief goedkoop, maken geen geluid en springen niet.  Dit is handig, zo kan je gewoon ten allen tijden een bakje met meelwormen in het terrarium laten staan.  Minder gunstige eigenschap is dat de meelworm veel minder voedzaam is als bijvoorbeeld de krekel of een wasmotlarve.  Ook bevat de meelworm veel chitine, dit is een stof die de luipaardgekko moeilijk of zelfs niet kan verteren.  Hierdoor beweren sommigen dat meelwormen niet geschikt zijn voor luipaardgekko’s, maar hierover zijn de meningen verdeeld.


Wasmotlarven
Wasmotlarven zijn als het ware junkfood voor reptielen.  Ze zijn erg vet en ten zeerste af te raden als hoofdvoedsel, maar wel geschikt voor momenten dat de gekko’s niet goed op gewicht zitten bijvoorbeeld tijdens de eileg.  Bij voedering van wasmotlarven zullen de gekko’s meestal snel reageren aangezien ze erg beweeglijk zijn en dus ook de aandacht trekken.


Buffalowormen
Buffalowormen zijn gelijkaardig aan de meelworm maar dan wel in een kleinere uitvoering.  Deze hebben eveneens een lage voedingswaarde maar zijn zeer handig om aan jonge luipaardgekko’s te geven.


Kakkerlakken
Kakkerlakken worden meer en meer gebruikt als voedseldier.  Deze dieren hebben zeer veel voordelen: ze maken geen geluid, springen niet, zijn veel voedzamer, gaan veel langer mee en hoeven niet in de koelkast bewaard te worden.  Hierdoor worden ze de laatste tijd meer en meer gekocht.  Persoonlijk vind ik ze wat snel en verstoppen ze zich te goed, wat het moeilijk maakt voor de gekko’s om te jagen en te vangen.  Een ander reden is het risico van ontsnapping, de overlevingskansen zijn veel groter dan andere hoger beschreven voedseldieren.


Nestmuisjes

Nestmuisjes zijn zeer voedzame voedseldieren en worden vaak gegeven als stimuli voor de voortplanting.  Ze hebben een hoog calciumgehalte en bevatten ook veel vet, een reden om niet te overdrijven en slechts matig te voeren.  Ik houd het bij twee à drie keer per jaar.  Ook zijn ze niet steeds verkrijgbaar, als alternatief vind je ook bevroren nestmuisjes maar luipaardgekko’s reageren hier zelden op.


Supplimenten
Belangrijk onderdeel van het voederen is het toedienen van supplementen.  De dieren krijgen in gevangenschap nooit hetzelfde aantal vitaminen en calcium binnen dan in de natuur waar ze een veel gevarieerder dieet hebben.  Om dit tekort op te vangen of aan te vullen is het belangrijk dat je voedseldieren bepoedert met een preparaat van calcium en vitaminen.  Bij deze preparaten is het belangrijk dat deze  “D3” bevatten.  “D3” is een vitamine die instaat voor de opname van calcium in de botten.  Deze vitamine krijgen ze in de natuur via het zonlicht wat helaas niet vaak aanwezig is in het terrarium en kan leiden tot calciumtekort en botontkalking.  Een overdaad aan vitamine “D” is ook niet aan te raden, een evenwicht zoeken is de boodschap.  Er bestaan ook oplosbare preparaten voor toevoeging in het drinkwater.  Een eerste stap in de goede richting is zorgen dat je de voedseldieren “gutload” of ze vitaminerijk eten geven zodat als de gekko ze opeet dit ook ineens binnen krijgt.  Een belangrijk gegeven want in de voedseldieren die je koopt zit niet veel in.  Je kan dit doen door ze groenten te geven of specifieke gutload-preparaten.

© Jorick van Aken